www.venusvoordezon.nl

Achtergrond

Venusexpedities - 1882

Ook de Venusovergang van 6 december 1882, de laatste die zich tot nu toe heeft voorgedaan en die voornamelijk vanaf het Amerikaanse vasteland zichtbaar was, werd uitgebreid waargenomen. Weer trokken Franse, Engelse, Duitse en ook Belgische sterrenkundigen naar de Nieuwe Wereld om de overgang waar te nemen. Met de teleurstelling van de eerdere expeditie naar Réunion in het achterhoofd, werd in eigen land besloten om de inspanningen te beperken tot een één-persoons expeditie. Na eerst op de Leidse Sterrewacht geïnstrueerd te zijn, werd de luitenant ter zee 2e klasse Paulus Hendricus Brocx (1856-1933) met een schroefstoomschip van de Marine, de Alkmaar, naar Fort Nassau bij Willemstad op Curaçao gezonden. Hij kreeg de beschikking over dezelfde lenzenkijker van Steinheil uit de Leidse Sterrewacht die eerder op Réunion was gebruikt en enkele tijdmeters van de Verificatie van 's Rijks Zee-instrumenten. Deze keer waren de weergoden gunstig gestemd en deze onderneming slaagde volledig. Onder een wolkeloze hemel wist Brocx, met de assistentie van twee opvarenden van de Alkmaar, een complete set van intrede- en uittredetijden van de overgang te verkrijgen.

Dankzij de vooruitgang in precisie van de gebruikte instrumenten en technieken leidden de waarnemingen van de overgangen van 1874 en 1882 wel tot een betere bepaling van de zonsparallax, maar ook nu bleef de onzekerheid in het eindresultaat aanzienlijk. De Amerikaanse sterrenkundige Simon Newcomb combineerde in 1890 alle waarnemingen van de 18e- en 19e-eeuwse Venusovergangen en leidde hieruit als beste waarde af 8.794 boogseconden, overeenkomend met een afstand Aarde-Zon van 149.60 miljoen kilometer. Inmiddels was men echter tot het inzicht gekomen dat betere resultaten te behalen vielen uit waarnemingen van de asteroïden, de kleine planeten tussen de banen van Mars en Jupiter waarvan er inmiddels al honderden bekend waren en waarvan enkele de Aarde veel dichter naderen dan Venus. Het eerstvolgende paar van Venusovergangen zal niet zo lang meer op zich laten wachten: de eerste op 8 juni 2004 zal in zijn geheel in Nederland zichtbaar zijn terwijl van de tweede op 6 juni 2012 het einddeel in Nederland zichtbaar zal zijn. Professionele sterrenkundige expedities zullen dan niet meer georganiseerd worden om de overgangen waar te nemen zoals dat in de 18e en de 19e eeuw gebeurde. Dankzij moderne technieken zoals afstandsbepaling met radar- en radiogolven kunnen sterrenkundigen nu afstanden binnen ons zonnestelsel vastleggen met een precisie die een eeuw geleden ondenkbaar was. Zo is de astronomische lengte-eenheid, de gemiddelde afstand Aarde-Zon, die men in het verleden met de boven besproken metingen probeerde te bepalen, nu vastgesteld op 149.597.870,691 kilometers met een onzekerheid van slechts enkele meters!

Meet nu zelf en voer je contacttijden in!